Azoren – Ierland

We horen van de Nederlander die ons losgooit dat het de tweede keer in 16 jaar is dat Monte Brasil niet te zien is door de mist.. We maken een paar spectaculaire foto’s en daarna lost de mist inderdaad als sneeuw voor de zon op. Wel net zo leuk om te kunnen kijken naar voorbijglijdend Terceira en te denken aan de herinneringen die we hier de afgelopen 10 dagen gemaakt hebben. We vinden het ‘t leukste eiland van de Azoren tot nu toe.

Nog in het zicht van Terceira worden we getrakteerd op grote walvissen die uit het water springen! Wat een fantastisch gezicht. Ik vind het ontroerend om getuige van te zijn. Kort daarna worden we opgevrolijkt door een grote familie dolfijnen. In de categorie vissen komt er nog één verrassing bij: we hengelen onze eerste tonijn naar binnen! Is een mooi staaltje teamwerk en de sashimi smaakt verrukkelijk. Terwijl de vissoep pruttelt zit nummer 2 aan de haak en eind van de dag staat de teller maar liefst op 3! We kunnen in Ierland een tonijnhandeltje beginnen.

Het weer biedt van alles wat: in het begin weinig wind wat de leefruimte verlengt naar het achterdek: oefeningen doen en in de zitzak lezen. Daar knip ik Rolf ook op verzoek want die heeft het te warm om te slapen. (Goed gelukt, alleen nog wat haren in m’n mond van die kam.. hoe doen kappers dat?).

Na de zon volgen dikke mistbanken. Twee jaar geleden dat we daarin voeren dus even wennen aan overdag varen op de radar. Ook wennen aan de waterkou: vast onderdeel van m’n slaaptenue op ‘t moment zijn slaapsokken, echt!

De maan en sterren zijn in geen velden of wegen te bekennen. Wel hebben we veel mazzel met de korte nachten. Lekker hoor: én naar het noorden én in juni!

Intussen moeten we buiten oppassen dat de koffie niet uit ons kopje waait. We hebben windkracht 6/7. De golven bouwen zich op en komen vanuit verschillende kanten.

Soms breken ze vlakbij ons maar gelukkig (nog) niet in de kuip. In het begin is het een enorme herrie binnen. Ik vind het tenenkrommend: ik wil zó graag dat Rolf slaapt en Matsya krijgt het voor haar kiezen. Als alles z’n plaats gevonden heeft, de wind lekker in de zeilen komt en de golven onder ons doorrollen is het stukken aangenamer in alle opzichten. We hebben een achterlijke wind, en net als de oversteek naar Suriname hebben we de boom uitgezet en varen we melkmeisje. Klinkt simpel maar je bent er rustig een uur mee bezig om in elkaar te zetten op hobbelige zee. Ter voorstelling de beschrijving van onze gijp: … eerst fok inrollen, fokschoot uit de boom en terug via normale blokkenroute, andere fokschoot klaarmaken dus niet door voorste blok maar wel terug, dan grootzeil omzetten dus de giek helemaal de andere kant op: Rolf grootschoten een voor een en ik bulletalie op spannning houden, daarna bulletalie op de andere kant. Terug naar de fok: boom los, val van boom, val naar andere kant, neerhouders los, boom draaien, val erop, schoort erdoor, neerhouders naar andere kant en vast, Rolf zet boom vast en ik zorg voor neerhouders, boom omhoog, fok uitrollen… euhm, zijn we er zo? Geloof het.

Gelukkig is Matsya sterk en voelt het allemaal erg veilig. En wij, wij moeten gewoon blijven doen wat we doen: slapen, eten, opletten en lief zijn voor elkaar. Dan komen we er vanzelf.

Toos, Faraday, 20 juni

“The pond 3”: Rusthuis Acores

Horta. Matsya ligt na enig verplaatswerk stevig aan de pier, Turkse buren weg. Hoogbegaafdwarrige Renato met vrij domme Winch (hond) op Synergy varend zijn onze nieuwe buren. Rusthuis Acores begint! Hier blijkt werkelijk niets of niemand gestresst. Geweldige restaurantjes voor habbekrats. Wandelweertje afwisselend droog of nat maar niet te nat. Pluiswolkjes met zon ertussen. Temperatuur altijd lekker. Autootjes nooit te hard en stoppen voor de oversteker. Iedereen zegt elkaar vriendelijk gedag (zeilers opgelucht dat ze het gehaald hebben).

Groene natuur met  mooie rotsen en helder water! Top. Het enige wat lawaai maakt is PetersSportCafe’s vrijdagavond muziekavond, maar ook daar heb je zin in (clegazeilers: Matsya’s T-shirt boven de bardoorgang!). Valt geen onvertogen woord. Ik merk dat ik als pre-bejaarde na een paar dagen makelaarsadvertenties langsloop en aan baai en strand gelegen bouwvallen met interesse bekijk…… mmmm…  geen goed teken, tijd om op te hoepelen.

Dit overpeinzend toetert een wonderlijke vogel, met nu ongebruikelijk lang jaren-60-haar, me uit de kuip. Sean. Na enig verwarrend heen en weer gepraat blijkt’ie een radioshow te hosten en ons daarin te willen interviewen. Een volgend etentje dient als voorbereiding. Erg gezellig. Prima wijn. We kunnen het gelijk goed met elkaar vinden. Maar wat er feitelijk gaat gebeuren blijft mij volstrekt onduidelijk. Sean blijkt de laatste hippiepiraat en een geweldige verhalenverteller. Het lukt me als toch redelijk geoefende gespreksbijstuurder niet méér over de show te weten te komen. Mijn nieuwste vriend houdt van l’improviste. Het gevolg is dat Toos het uur van haar leven heeft! Life op de radio ontpopt mijn diva zich als showbizznatural: http://www.azorestradewinds.com/azores-tradewinds-radio-show-may-17th/. Host, co-hosts en Toos babbelen ‘witty’, ad-rem in hoog tempo over reis en andere dingen. Met grote moeite krijg ik er twee zinnen uit. Goed dat ik dat carrièrepad niet ben ingeslagen. Niet extravert genoeg. Clegahosts zeggen natuurlijk dat ook ik het goed deed. Zo zien je maar wat een evaluatieve happynessrating oplevert……

Weer thuis berichten Renato en Winch ons dat de volgende dag de ARCkudde haven en terrasje vol gaat leggen. Betekent meestal dat alle éénbootszwervers in paniek het hazenpad kiezen. Sao Miguel en Terceira en nieuwe makelaarsadvertenties volgen. Weer prachtige stadjes met cobblestonestraatjes, bijna geen lichtreclames en kleine ‘winkeltjesvanalles’. Maar nu spannender!

Toos is even een drankje halen. BAMMM. Belangstellend kijk ik naar de waarschuwingsvuurpijl boven de menigte. Gek, iedereen zit op een balkonnetje of muurtje. Er lopen vooral jonge jongens op gympen op het plein en een paar boerse heren met zware snorren, een fors gewicht en een lang touw. En ik dus… BAMM BENG. Er gaat een rumoer met gelach door de menigte. Het touw spant snaarstrak, de gewichtige snorren tuimelen er met grote snelheid achteraan. Hebbik weer.. even niet opgelet… de stier is los. Gympen zijn nu van groot belang. Rustig blijven. Een echte heer rent niet op sandalen als er tweeduizend man/vrouw kijken. Secondenwerk nu. Nadat ik op die manier heel beheerst met 60km/pu een 2-meter hoge muur op spring kan het spel beginnen. Mooi feestje! Je ziet goed het verschil tussen moedige en minder moedige, handige en minder handige jongens als de stier aanvalt. Er vloeit geen bloed. Stiertje mag flink oefenen maar blijft ongedeerd. Meisjes kunnen op hun gemak hun vriendje bewonderen of hun volgende vriendje uitzoeken. En .. ik liep er!!! Weliswaar beetje per ongeluk, maar toch. Biertje en diva voor deze avond verdiend.

Rolf, Angra do Heroísmo, juni 2018

“The pond 2”: Varen met vrouwen

Lundimorgen, bunkeren, zee op. Vertrekkersstress valt direct weg als
ik ruimte, water en lucht om me heen zie. Jet blijkt een uitstekend
meedenkend weer- en zeilmaatje. We verwachten een klein weekje hoog aan de wind over bakboord te varen. Dus je huisvloeren lopen onder een hoek van 30 graden. Tim denkt dat dit op termijn zal leiden tot een soort zijwaardse ‘krabbenloop’ waar we niet meer vanaf komen. Inderdaad ga je alles zijwaards doen als je er op let, grappig!
Ondertussen komen Story en Privé op tafel en wordt het Engelse
koningshuis besproken. Nooit eerder op Matsya gebeurd! Loop het liefst in een IKWillemNiet Thirt. Moeten we morgen maar eens bespreken op de dagelijkse Irritatievergadering (ook nog nooit op Matsya gebeurd). Wel oppassen voor mij natuurlijk. Doseren. Besluit de door de boot slingerende punnikspulletjes en mooie touwtjes maar niet op de agenda te zetten.

Tegen donker lijken we net niet langs La Desirade te komen, geen zin
meer in extra slag, stroom tegen. Motor aan, later fors aan. Net voor
donker weer diep water zonder visboeien en ruimte. Motor uit. Motorkamercheck.  Oliespatten?……. onmogelijk, Benz/MTU diesel, nooit probleem mee gehad. Maar ja nu, vlak voor een oversteek van minstens 16 en misschien 20 dagen…. kan je niet mee doorvaren.
We bellen met huismechanic Siep die ook ‘s nachts opneemt en een extra test aanraadt. Bij foute boel kunnen we Antigua aanlopen. Ik maak alles schoon en start opnieuw. Na een uurtje blijkt er niets te zien. Raadselcombi techno-met keuzestress. Ondertussen trekt de wind aan en loopt Matsya als een trein ‘s nachts Antigua voorbij (afremmen = tegen mijn zeilersnatuur, terugvaren ook). ‘s Ochtends een 2e wat stevigere test. Siep raadt mij aan een slokje te drinken: olie smaakloos, koelvloeistof erg vies. Kreeg in de nacht ook nog een ingeving: wat als ik bij het navullen van de koelvloeistof op de warmetwisselaar morste? Dat lekspul komt dan later uit duizend kleine gootjes die precies boven de V-snaren lopen. Die V-snaren slingeren alles lekker ruim in de rondte en dat kan op oliespatjes lijken! De 2e test geeft uitsluitsel: het natte randje op de wisselaar droogt op en smaakt smerig. Olie droogt niet op. Algemene scheepsraad: We varen door! Vrouwen! Deze bij mij aan boord zijn niet bang, begrijpen en volgen de technische escapades in de motorgrot en de analyse. Top. Heb zomaar het idee dat een mannencrew meer zou aarzelen. Matsya heeft stoere vrouwen aan boord.

Dat laatste idee versterkt zich als Jet na een paar dagen krabbenvaren
een stevige spuitpluim niet ver achter de boot ontwaart. Daaronder
blijkt een enorm grijszwart lijf te zitten wat uiteindelijk op een bootlengte schuin achter ons blijft zwemmen. Die bootlengte is ongeveer net zo veel als de lengte van de walvis, erg groot zo dichtbij. Bij Matsya’s vrouwen geen spoortje van bezorgdheid. Bij mij wel. Ik ken een youtubefilmpje waarop een potvis zich op een zeilboot stort, misschien per ongeluk, maar toch, en deze is echt groot. Ik heb liever niet dat íe met mijn bootje aanminnig wordt. Onder uitroepen van “wat lief” en “hij doet echt niks hoor” varen we gemoedelijk een paar uur zij aan zij. Walvis zoekt blijkbaar gezelschap. Later op de Azoren horen we dat het vermoedelijk een oude verstoten stier was en lees ik te laat het advies voor alle veiligheid de motor te starten maar vooral geen onverwachte toerentalveranderingen te maken omdat dit soort types daarop inderdaad narrig kunnen reageren……… Avontuurlijke vrouwen zijn niet bang!

De dagen rijgen zich aaneen. Ben zelf niet gemaakt voor stukken langer
dan een week. Wil haventje in. Dat is hier dus helaas niet. Jet, Tim
en Toos darentegen komen óp gang. Nachtwachten worden babbelend sterrenkijkend doorgebracht, slingers opgehangen, sterretjes op koningsdag (!) afgestoken, het zelf ontwikkelde raadselboek doorgewerkt, spelletjes in de kuip, koekhappen, muziekfestivalplaylist, zeer uitgebreide lunches afgetopt met spa-gezichtsmaskermiddagen. Matsya’s vrouwen hebben helemaal geen zin in het einde van deze oversteek. Griepend over de onafzienbare tochtlengte kom ik mijn wachtjes door op drop en speculaasjes. Na een week blijken die voor mijn eigen ‘bestwil’ verstopt en verslechtert de situatie dus dramatisch. Ook nachtelijk zoektochten onder donkere banken leveren niks op. Uiteindelijk krijgt mijn wachtmaat Tim medelijden en geeft me gedoseert specurantsoen als ik aardig ben en praat…..

Het Azorenhoog blijkt trouwens echt te bestaan en is groot! De wind
neemt sterk af, de vaart gaat er uit. Nog een beetje met het niet
werkelijke oliegedoe in mijn hoofd (zo zie je maar, ons brein reageert vooral op ‘ge-primede’ signalen en minder op de feitelijke situatie) lijkt het een goed moment de door ons zelden gebruikte gennaker te voorschijn te halen om die onder leiding van Jet (gennakerracespecialist) te proberen. Zelf altijd bang voor geweest. Het monster is 220 vierkante meter en maait je bij een klein foutje zo van het dek. Maar nu, met 2000+ mijl correctieruimte naar alle kanten is de situatie ernaar. Nu niet hijsen is voor eeuwig verslagen en moet ik het ding na de reis verkopen. Die dag doorlopen we Jet’s gennakerworkhop succesvol. De vrouwen blijken daarbij een stuk minder gestrest dan dit schippertje. Gennaker dus niet meer te koop dankzij vrouwen aan boord.

Ik rond af met de gebruikelijke spijkhardeharde tochtStats: Vrouwen
maakten tot op het uur na exact 16 dagen in Horta vast. Cornells point
honderden mijlen te Noordelijk gepasseerd. Dagelijks weersituatie op kaart getekend door Tim. Eén ministormpje met 35+ knopen wind op de kop. Vlag nu geheel aan flarden. Door Jet meegenomen ‘Psychologie op zee’ ter zelfbescherming direct uitgelezen. Iedere nacht yoga op zee door Tim. 1 gesprek met voorbijvarende Duitse (wat are you thinking echt waar!) stuurman die vroeg waar we gingen schuilen bij slecht
weer……. gevaren heeeeel veeel mijlen met gemiddeld ongeveer 170
mijl per etmaal, dus mooi snelle oversteek, wel dik 110 uur (660 mijl) motorgeronk. 1 walvis, 8 dolfijnen, 1 Mahimahi, door Toos (vrouw) gevangen, gefileert en voor het ontbijt klaargemaakt. Koekhappen verloren door Rolf (man). Alle spelletjes gewonnen door vrouw. Bij aankomst Was er ook direct Champagne. 1 fles. Daarna in de avond bij cafe Peter Sport 896 bier.

Rolf, Horta, mei 2018

 

“The pond 1”: Vertreksteiger

De wasmachine- en drogerruimte in Point a Pitre is lawaaig. De fransman en ik leggen het eerste contact met vriendelijke knikjes en lachjes. Frans in de herrie, altijd lastig. Buiten stel ik hem de gebruikelijke vraag in mijn fonetische frans: é votre plan? Lundi zegt íe. Het is mij duidelijk dat de man dan zijn oversteek start. Zijn we hier allemaal mee bezig. “Wat is de ideale startdag voor het stuk terug, door de Engelsen over The Pond genoemd?”. Je kan hooguit een week vooruitkijken en we zitten volgens de pilot nog te vroeg in het seizoen. Van de US eastcoast komen deze maand nog stevige depressies onderweg graag roet in je eten gooien. Wil je niet, ook een 60 voeter blijkt dan heel klein.

Sfeer op onze verstreksteiger; aangename spanning voelbaar, veel geloop en onderling gepraat, gesjouw met karretjes ruim gevuld met ongelooflijke hoeveelheden boodschappen en andere voorraden, olieverversen, filters wisselen, bootshops aflopen, locale technische mannetjes lopen af en aan voor de laatste reparaties en last minute bootverbeteringen, in masten hangen andere mannetjes (vaak vrouwen trouwens) verstaging te checken, Duitsers maken s’nachts enorme ruzie, prachtige yogabuurvouw op het dek aan het oefenen, jonge afgetrainde spierbundels van plan solo in een soort opgevoerde Laser de oceaan over te vliegen (ter voorbereiding scherpe analysemakend van yogabuurvrouw) en wij: de schippertjes die voortdurend wolkenpatronen proberen te ontcijferen (niet de yogabuurvrouw natuurlijk).

Dat laatste (de wolkanalyse) is overigens volledig zinloos. Op de steiger zie je echt niet wat er op zee over een week aan de hand is. Denk dat het komt door de Vertrekkerstress die ik ook bij mij zelf ontwaar. Deze oversteek in deze periode kan veel lastiger verlopen dan de ´bos stro´ route heen.
Keuzestress over de alternatieven: (1) over Bermuda zoals de ouden dat deden; altijd prima windje, heel erg ver om, grote kans op extra bermudawachtligdagen om achter een goed frontje aan te kunnen zeilen; (2) direct op de Azoren zoals de profs op de charterboten dat nu doen; veel korter (maar altijd nog lang), meer kans op windstiltes dwars door het Azoren hoog, of als je pech hebt heel veel wind op de kop aan begin en einde. Onder het motto ‘een dag motor is een dag zonder storm’ kiezen we voor 2.

Hij gaat op Lundi dus, moet ik over nadenken. De fransman komt me ervaren over, wil in 1 keer het idioot lange stuk naar La Rochelle op een indrukwekkende 50 voets racer. Daarop zie ik hem dagelijks vlak voor een enorm beeldscherm met weerprogramma’s zitten. Urenlang. Weet vast waaríe het over heeft, dagelijks even met hem aanpappen onder “enocore Lundi? gemompel is vanaf nu het devies. Dat doe ik dus maar trouw, terwijl Jet, Tim en Toos in een huurautootje een bijzondere hoeveelheid boodschappen aanvoeren. Lundi, inderdaad, lijkt gunstig, ook voor ons.
Eerste week niet teveel wind, kunnen we we dus tegenin zeilen. Zo veel mogelijk ‘oost pakken’, proberen onder Cornell’s point (30N/40W) uit te komen om troepweer te vermijden (overigens niet gelukt) en daarna Noord. We maken Samedi en Dimanche alles gereed, zijn er klaar voor! De grabbag zit vol, de panieklijst met rolverdeling hangt naast het luik. We gaan. Lundi dus.

Dimancheavond loop ik nog ff langs mijn favorite Fransman: “Encore Lundi?”. “NONNONNON! nous partons Mardi!” GRRRR…… wat weet hij wat ik niet weet?

Rolf, Point a Pitre, april 2018

 

Dromen op de oceaan

Trrrrrrrrrrrrrrrr: we hebben beet! Bij het eerste ochtendgloren heb ik de hengel uitgegooid in de veronderstelling dat vissen nog niet goed wakker zijn en happen in plaats van vragen stellen wanneer ze dit nepontbijtje langs zien komen. So far so good. De kans om te kijken wat ik waard ben als visser zorgt dat het jagersinstinct in me naar boven komt.

Jet ziet op slag een heel nieuwe kant van me en helpt bij het aangeven van het wapenarsenaal: sterke drank voor in de kieuwen, messen, plastic zakjes, een grote pan.

Drie jaar na het krijgen van deze hengel en vele fantasieën later is het éindelijk zo ver: zelf een mahi mahi binnenhalen, doodmaken, schoonmaken en fileren. Als dit alles lukt lach ik van oor tot oor. Officieel in staat om m’n eigen vis op de plank te krijgen!

Heel trots als Rolf en Tim voor hun wacht komen: van de ravage op het achterdek is niets meer te zien en de mahi mahi ligt in de koelkast. We genieten 1,5 dag van vissoep, sashimi en gebakken filets.

Het weer is rustig en vooruitzichten prima.  Het is lichtweer zeilen geblazen:

Rolf en Jet zijn gedreven en handig om zo lang mogelijk te blijven zeilen waardoor we de motor tot nu toe nauwelijks gebruiken. Ik roep veel dat ik dit liever heb dan de fronten en depressies die je hier normaal gesproken kunt verwachten. Terecht wordt ik er dagelijks ook op gewezen dat we er nog niet zijn en ik dus niet te vroeg mag juichen.

Daarnaast geniet ik van de veranderende temperatuur: waar we eerst nog plakkerig van het zweet naar boven kwamen hebben we nu warme kleding aan. De dekbedden zijn al gepakt en er wordt zelfs met sokken aan geslapen…

De stemming aan boord is goed: gelegenheid om feestjes te vieren is er volop, de wil om feestjes te maken eveneens. Erg geslaagd was ‘t ‘we zijn halverwege feestje’, compleet met slingers, ballonnen, vlaggen en bananenijs. Ook de ‘tijdreislunch’ was bijzonder, waarbij met veel aandacht de klok een uur vooruit ging. Zoals te verwachten valt zijn de voorbereidingen in volle gang om een bevrijdingsfestival in de steigers te zetten.

10 dagen met z’n vieren op een boot verandert m’n omgevingsbeleving in een grappig opzicht: ik merk dat mijn dromen zich letterlijk meer beperken tot wat zich in, op of rond de boot afspeelt. Daarnaast vinden we met elkaar nieuwe spreekwoorden en eigen scheepstermen uit, zou dat bij een nog langere reis een eigen taal worden?

Interessant dus om te bedenken wat er gebeurt als we weer land zien: waar gaan we dan over dromen? En begrijpen de landmensen nog waar we het over hebben?

Eerste etappe, eerste klas cruisen

Er komen heerlijke geuren uit de keuken en binnen mum van tijd wanen we ons aan een kerstlunch: eend, rode kool, aardappelen, kastanjes en uiencompote.

Het is smullen in de kuip bij 32 graden. Cruisen gaat goed! Tegen alle verwachtingen in zijn we (voorlopig) goed in staat om binnen te koken.

Het plaatje wordt afgemaakt door twee prachtige walvissen die meer dan een uur achter ons aanzwemmen. Voor ons allemaal de eerste keer dat we ze zien, we zitten op het puntje van het achterdek om zoveel mogelijk van ze op te vangen.

Verdere activiteiten op de cruise tot zover:

  • Doornemen van Jets maatwerk verveelboekje voor deze trip – oefenen met knopen, oplossen van raadsels en inlezen op de sterren;
  • Douchen op het achterdek;
  • Koekhappen op Koningsdag (valt niet mee op een bewegend schip) – Tim heeft gewonnen;
  • Op de vroege ochtend kletsen met voorbij varend schip ‘Dallas Express’ – over weerberichten, schuilplaatsen bij slecht weer en onze veiligheidsmaatregelen waarbij geconcludeerd wordt dat we het goed op orde hebben.

De grote vraag die nu speelt is of we deze levensstijl aan boord kunnen vasthouden. Dit is uiteraard volledig afhankelijk van het weer. Omdat we vroeg in het seizoen vertrekken verschillen meningen van zeilers over de beste koers naar de Azoren. We interpreteren voortdurend actuele informatie om de beste strategie te bepalen: Rolf en Jet bespreken de scenario’s met alle voors en tegens vanuit zeilperspectief. Tim en ik halen de gribs, Bracknells en discussies binnen via de satelliet telefoon en tekenen de hoge en lage drukgebieden in de kaart. Gelukkig is ons walstation in de Schermer weer in opperste staat van paraatheid om mee te denken op specfieke vraagstukken. Onze voorlopige aanpak is om een zo recht mogelijke lijn naar de Azoren te varen in plaats van het Azorenhoog bovenlangs op te zoeken.

We starten zo het wachtsysteem ‘Tim en Rolf’, ‘Jet en Toos’ weer op om hier nog een nachtje op door te prakkiseren. Nu checken of we onze 30 bananen gaan gebruiken voor ijs of pannenkoeken… genieten hier!


Onze vriend en websitebouwer Niek helpt ons met het posten van onze blogs tijdens de oversteek. Als we weer internet hebben zullen we foto’s aan de verhalen toevoegen.

Buurman Abramovitsj

Het water is onvoorstelbaar mooi, de boten zijn onvoorstelbaar prachtig. We liggen in St Barths. We horen ‘tjop, tjop, tjop’: de helicopter die bij de buurman landt. Zelfs op Antigua hebben we dit nog niet gezien! Abramovitsj met zijn Eclipse 2 vernieuwt ter plekke mijn begrip van het concept rijkdom.

We dinghydriften rondom het enorme gevaarte. Ik verwacht dat een van de 60 personeelsleden zich snel naar buiten zal spoeden om ons op afstand te houden maar we worden getolereerd. We zijn ons zo aan het vergapen dat we de Palmira (een erg groot zeiljacht) geheel over het hoofd zien. Gelukkig zien zij ons wel en passeren ons lachend: de bemanning van de Palmira ziet er ontzettend de lol van in.

Omdat we vijf dagen naast Abramovitsj liggen merk ik dat het dagelijks wat met me doet om hem als buurman te hebben. Eclipse 2 is zo indrukwekkend en Abramovitsj zo rijk dat ik de behoefte krijg om te melden dat ik naast hem lig. We hebben hiervoor talloze boten gezien die misschien wel veel mooier, authentieker of beroemder waren; waarom meld ik dat dan niet en nu dan wel? Eclipse is het duurste jacht dat ooit gemaakt is, het lijkt net of er een beetje van zijn rijkdom op me afstraalt.

Er hangt een mysterieuze sfeer van mogelijkheden om hem heen. Echt waar: je vraagt je binnen no time af wat je met zoveel geld zou doen. De vraag ‘wat zou je doen met een miljoen’ verandert namelijk in ‘wat zou je doen met 13 miljard’. Dat gaat mijn voorstellingsvermogen iets te boven. Telkens als ik weer naar de Eclipse 2 kijk blijft het me bezighouden. Ik ontdek dat ik in de ochtend andere dingen met 13 miljard doen zou doen dan in de avond. Ik heb ook miljardairsideeën ontwikkeld over verjaardagen vieren, activiteiten als het regent en kleding aanschaffen (kortom: alles wat ik meemaak wordt tijdelijk door de miljardairsbril waargenomen).
Interessant dat ik mijn eigen wensen en dromen er probleemloos op projecteer en me doorlopend afvraag: ‘wat zit hij nou op z’n boot te doen?’ Is ie in z’n sportzaal bezig, in welk zwembad ligt ie of zit hij in een van de geheime ruimtes die er ongetwijfeld zijn? En wat zijn de jonge bemanningsleden met z’n zestigen aan het doen als hij er niet is?
Ook vraag ik me af wat voor ellende het geeft: Lasers flitsen terug naar fototoestellen van paparazzi’s. Kogelvrij glas beschermt hem tegen linke types. Raketafweergeschut (volgens Wikipedia) zal zich waarschijnlijk richten op dinghydriftende Nederlanders en nieuwsgierigen. Dit hebben we gelukkig (nog) niet in actie gezien. Op St Maarten staat z’n Boeing. Vandaar dus de helicopter: de Boeing kan niet kan landen op St Barths.

Wat me onderweg vaker opvalt is hoeveel bezit mensen hebben zonder het te gebruiken. We vangen slechts een glimp op van de extremiteiten. Ik besef me dat ieder er op z’n eigen manier mee om gaat. Toch zijn de verschillen schrijnend. Ik zou soms graag een paar mensen op een leegstaand superjacht willen laten werken of als anti kraak inzetten in een mooi landhuis. Dat zijn dus mijn gedachten uit de kuip kijkend naar de buurman.

Slapstick en zeilersporno

Aanvaren al geeft een bijzonder gevoel: het water voelt hier rijk aan! Na
maanden donkerblauw diep water zeilen we een soort lichte groenblauwturquoise spa met precies de goede temperatuur binnen. Na de aanvankelijke schrik “Hier maar 10 meter diep!” wil je er eigenlijk direct inspringen. Spierwitte stranden, rotspunten met enorme geweldig mooie landhuizen, prachtige idyllische ankerplekken: Antigua, eiland der supersuperyachties.

Binnenkomen blijkt overigs nog knap lastig. We parkeren Matsya met officiële quarantainevlag pal, met het anker bijna door de ruitjes, voor een klein huisje met 3 deuren naast elkaar: customs (1), immigration (2) en port authority (3).

Toos mag niet van boord, dus deze ‘captain’ brengt persoonlijk de volgende 2 uur door met het voortdurend achtereenvolgens heen en weer binnenstappen van de eerste 2 deuren. Daarachter bevinden zich: (1) de heer customsofficer; heel aardig, minstens 160 kilo, voorzien van drie niet werkende en niet met elkaar communicerende computers die mij vervolgens zeer scherpzinnig wijst op een niet geheel kloppend nummer in mijn papierenberg maar dat wel grinnikend oplost (altijd aan het lachen maken als het moeilijk wordt); (2) de groothertog immigrationofficer (minstens 180 kilo, met magnetron voor zich op zijn bureau); die mij niet toestaat hem direct aan te spreken. Dat moet via een vrouw ondergeschikte die mijn informatie weer met een hogere vrouw ondergeschikte deelt, die het vervolgens officieel aan de baas meedeelt, die daarop antwoord, waarop zij het weer doorgeeft en ik het weer hoor van mijn eigen zeer laagrangige aanspreekpet….. Let op: dit alles in een kamertje van hooguit 2×2 met hoge balie, magnetron en enorm opwekkende eetlucht. Niks aan het lachen te maken hier! Ernstige zaak. Mijn nummers kloppen niet volgens deur 2! Moet deur 1 oplossen die zegt dat het al opgelost is, wat niet geaccepteerd wordt door deur 2.……. Slapstick met toenemende trek in mijn bureaucratisch antropologisch onderzoek. Ik mag uiteindelijk met nu tot de draad versleten zolen en de slappe lach door naar deur 3 nadat ik officieel met 8 handtekeningen verklaar dat de boot met de vrouw erop die bijna in hun kantoortje ligt van mij is. Deur 3 blijkt leeg….. wel zie ik op het terrasje ervoor een geüniformeerde punnikende vrouw (55 kilo) die voor mij een onduidelijke lijst (onderteken ik blind) invult en mij na betaling van enkele dollars schaterlachend vrijlaat.

Maar dan mogen we ook het paradijs binnen! En echt; je kan hier ook beter rijk zijn! Het water op de havenfactuur is er namelijk helemaal niet, komt morgen of overmorgen of volgende maand. We vullen Matsya’s bunkers dus met 856 liter mineraalwater! Middagje sjouwen maar dan heb je ook wat: heerlijk, douchen en afwassen met mineraalwater. Volgende keer bunkeren we absoluut witte wijn om ‘in te blenden‘, moet nog beter zijn!

Ankerplekken & haventjes: zeilersporno! Na enkele minuten herformuleren we het begrip groot jacht. We geloven onze ogen niet (google maar): Endeavour, Velsheda, M5, Athena, Elfje, Rainbow, Rambler en minstens 5 andere klassieke J classes op een rij (motorjachten neem ik principieel niet mee maar hebben hier minstens 18 man crew). Als we Matsya even langs M5 (soepel gespierde trainende bokser op het achterdek) varen blijkt onze mast net tot de 1e van de 5 zalingen te komen….. We varen al jaren ukkepuk! Al op de eerste wandeling nodigt een onverlaatrijkaard Toos uit om even ‘in de boot’ te kijken als deze captain bij een andere zeilferrari even niet oplettend wegzwijmelt. Contrast met verwoest simpel Dominca vlakbij kan niet groter zijn. Voel weer socialisme bovenkomen….
Enfin, wandelingetje. We gaan Eric Claptons huis maar ’es opzoeke…

Antigua, Falmouth Harbour, maart 2018

Blijmoedig aanpakken en opnieuw beginnen

We zien het verschil al vanaf zee. Dominica; vorig jaar nog het mooiste groenste eiland heeft nu grote kale plekken. Hele regenwouden bestaan uit kale stammen. Prachtig nieuwe skipistes op de steile bergen geven deze wintersporter aanvankelijk hoop, maar die pistes blijken bij goed kijken aangelegd door Maria; het zijn hard geworden modderstromen.

Het anker plonst er in maar houdt deze keer verassend niet. De baai ligt vol dakplaten waarop onze Spade lekker sleetjerijdt. Als Matsya uiteindelijk voor het strand vast grijpt zien we vanaf het voordek dat de gezellige ‘shed’restaurantjes, terrasjes en huisjes in een soort oneindige
vuilnishoop veranderden. Kapot of weg. Een kale betonnen plaat met twee wrakke stoeltjes geeft aan waar je ooit gezellig kon sundowneren. Een paar locals zitten op die stoeltjes en kijken ons aan. Vriendelijk. Blij met ramptoeristen?

De wandeling door het stadje en latere rondrit over het eiland maken stil. Zo moet een oorlogsgebied er uit zien. Overal waar je kijkt puin. Meerderheid van daken en bovenverdiepingen weg. Torenspits en kerkdak ingestort. Het in de rivierbedding neergezette Chinese wegenbouwbedrijf met Chinezen en al in zee gespoeld (!). Onbeschadigde auto’s zijn er niet. Het regent hier veel en hard. Autorijden zonder ruiten, maar wel met ruitenwisser, nu een vast rijexamenonderdeel. Telefoonpalen en hoogspanningsdraden hangen en liggen nog maanden na de ‘direct hit‘ over en op de weg. Maria ontwikkelde zich binnen een dag van categorie 1 naar categorie 5. Meer dan 200 knopen wind uit alle richtingen. Om 6 uur gingen
in Rousseau/Scottshead in het zuiden de eerste daken er af, om 12 uur in Portsmouth in het noorden. Oorverdovend lawaai. Vliegende scheepscontainers. Modder metershoog in huis. Als mens kansloos in dat geweld. We lopen door een netjes geveegd woonstraatje langs puinhopen, ingestorte huizen en autowrakken. De bewoners vegen hun straat, zoeken bruikbaar materiaal uit de ravage en groeten ons. Vriendelijk lachend. We voelen ons welkom.

Ze gaan hier armer worden. Veel inkomstgenererende activiteiten zijn verwoest. De zondagse ‘yaahhties’ BBQ vereist een werkende barbecue. Voor ‘hiken‘ heb je een trail nodig anders is het hier op die steile hellingen in de hitte link. Paarden hebben paden nodig om met toeristen op hun rug te lopen. Zitten in boilinglake en hotspring is lastig als die met modder en stenen gevuld zijn. Boaties willen prima in een gedeukt taxibusje maar wel graag met 4 ipv 3 wielen en liefst ramen om de enorme buien buiten te houden. Boatboys die al die ‘activities’ graag voor een habbekrats regelen hebben een bootje nodig om je dat uit te kunnen leggen. Dat is allemaal stuk en moet weer opgebouwd, leeggeschept, weggezaagd, uitgedeukt, gerepareerd, dichtgetimmerd en in elkaar gezet. Meest met de hand, zonder graafmachine, kraan, timmerhout, garageapparatuur of industrielaarzen. Jarenlang stenen weggraven op teenslippertjes. Kijken ze hier blijmoedig grappen makend tegenaan en ook nog met vriendelijke echte aandacht en interesse voor de ramptoerist. “How can I help you?” vragen ze al schoonmakend aan ons!

De eilanders maken dit eiland uniek, leefbaar en prettig. Beginnen, ausdauer, creativiteit, ondernemingszin en als community goed in de gaten houden hoe het werkt. Weinig zeurende crackheads en rastasmokers op straat. Ze hebben hier duidelijk met elkaar afgesproken niet bij de pakken neer te zitten, blijmoedig de bende opnieuw op te ruimen (Maria had meerdere
voorgangers) en ondertussen ook nog aardig tegen die luxe wegzeilers te doen (ervaring?). De puinhoop maakt triest, de mensen op die puinhoop maken je vrolijk. “Yes, lost my home but still have my life, friends and family, I‘m doing fine”, zeggen 9 van de 10 die je hier spreekt. Plaats die uitspraak nou ’es in Groningen, Amsterdam, ’t Gooi of Heerhugowaard……

Enfin, we liggen hier een weekje verwaaid. Toos klust mee met de manegeherbouw, ik trek richting Venezuela afdrijvende boatboys met kapotte buitenboordmotoren van zee, doneer wat lijnen en ding maar niet meer af op de groentemarkt.

St Ruperts Bay, Dominica, februari 2018

 

Bougie explosive

Pas Possible! Oui! Non! Jamais! Bien sure……. Het is nog net geen slaan als het korte brede Franse mannetje met zijn vethanden tussen de motoronderdelen, half afgemaakte, gesloopte, carburateurs, cilinderkoppen en buitenboordmotorstaartstukken vandaan komt en op me afstapt. Voor menes!

Al maandenlang lopen we allerlei bootshops, garages, onderdelenbergplaatsen, sloperijtjes en winkeltjes af. Op zoek. Onze Paramaribose Enduro stelt ons nooit teleur maar de onderste cilinder had al wel tweemaal een nieuwe bougie nodig. Die vervang je dus. Simpel. Na enig zeurwerk verkocht de verkoopster met brede Surinaamse lach me twee reserves, die draaide ze uit het overgebleven model in de etalage! Meer in heel Suriname niet leverbaar! à hamsterbehoefte.

Ons motortje is populair in de Carieb. We zien het achter andere bootjes veel, heeeeel veeel voorbij komen. Allemaal perfect draaiend. Allemaal met perfecte bougies dus. Alleen die van ons geeft na een tijdje de geest. Onze onderste bougie dus.

Daarom stopte ik een gebruikte in de wandelrugzak. Gemakkelijk, hoef je geen ingewikkelde codes te onthouden, kan je gewoon aan de deskundigen laten zien en vragen om een nieuwe! Dus ook aan korte brede Franse monteurs in hun priegelwerkplaatje tussen hun motoronderdelen en olieblikken.

Deze is heel beslist: kan niet bestaat niet, is van andere motor. Suriname is toch ergens in zuid Amerika naast Venezuela….. zijn blik en toon maken me duidelijk dat deze sukkel er stevig tussen genomen is. Hij heeft trouwens zelf net zo’n motortje en wisselde in 10 jaar 1x de bougies……Zucht.  Ik leg nogmaals, nu iets harder uit dat het een splinternieuw motortje betreft, wat ik persoonlijk aan boord heb gedragen, waarvan ik persoonlijk bougies wisselde en dat ik dus PERSOONLIJK DEZE BOUGIE en vervangen. Kan niet, bestaat niet…… zegt ie.

Nu is het genoeg! Ik loop rustig maar wel iets versneld naar de steiger met onze dingy en motortje, spring er doodkalm maar beheerst in en raas zware hekgolven trekkend door haven en ankergebied heel rustig plankgas naar de werkplaats, gooi de boel vast, trek hem onder zijn werkbank vandaan en duw hem richting dingy. … Tada! Toos trekt mijn oude T-shirt van het kapje, zie je wel, zelfde motortje, daar heb je niet van terug he, monteur van niks, geef maar toe dat ik de goede bougie heb….had….. Klepje eraf…bougies zichtbaar,andere bougies, heel duidelijk… Geen ontkennen aan.

Triomfantelijke blik… ahhh mesjeu, wie is hier nou de professional???  Jouw oude bougie kan nooit uit dit motortje komen, past niet, andere boring en draad……  Jouw rotbougie is een buitenmodelletje, voor een motortje wat bijna niet voorkomt, zeker hier niet. Tsja helaas te zien, valt met geen mogelijkheid te ontkennen. Past nooit. Hoe kan dat nou?

Flash back: toen ik Matsya meer dan 10 jaar gelden kocht vond ik in het handige reservelaatjessysteem achterin een toen nieuwe bougie. Altijd bewaard, je weet nooit. Die bougie stopte ik dus onnadenkend in de rugzak en met dat buitenmodelletje hebben we dus nu bijna een jaar stad en land afgelopen om te horen dat die bougie zelfs niet besteld kon worden….

Enigszins besmuikt vraag ik in mijn nu allerbestenetste Frans of hij mij alsjeblieft de goede kan leveren. Naturellement, Pas de probleme! Kan iedereen hier, ik ook! Schouderklappend lopen we naar zijn nu prachtige werkplaats waar er twee uit een doosje komen. On top of that legt ie me ook nog eens uit dat onze bougie steeds stuk gaat omdat we te snel van het gas afgaan waardoor de oplopende hekgolf de onderste bougie natmaakt. Als ik hem zeg dat ik dat aan mijn vrouw duidelijk ga maken lacht ie en maakt er een zjujagebaar bij. Mannenbroeders vinden altijd common ground.

Le Marin, Martinique, januari 2018

« Older posts

© 2018 Matsya

Theme by Anders NorenUp ↑

Facebook Auto Publish Powered By : XYZScripts.com