Troubles; het ontstaan van haat

The Crown, Belfasts historische kroeg. Vanaf de eerste verdieping achter een in vet verzopen lambsrack -wel met uitstekende Malbec- kijken we uit op het Europa Hotel aan de overkant. Koploper in bomaanslagen: 30….! Snap je niet als je door het centrum wandelt. Lijkt eigenlijk nog het meest op het centrum van een gemiddelde Amerikaanse stad, nieuwe en oude hoogbouw door elkaar met een pompeus stadhuis in het midden. Ziet er voor Ulster redelijk welvarend uit, pumps op weg naar kantoor, pakken doorlopend aan het bellen, toeristen in ‘sightseeingbussen’ met open dak.

Ben eigenlijk op zoek naar recente geschiedenis. Journaalbeelden in mijn geheugen van 40 jaar geleden. Oranjemarsen, schietpartijen, gewelddadige demonstraties, militairen, branden, IRA bivakmutsen. Lijkt nu allemaal voorbij. Gelukkig.
Maar ja, We zijn er nu. Matsya ligt hier vlakbij in de haven. We kiezen een oude roestige gedeukte taxi met chauffeur van over de zestig. Chris rijdt ons naar de plekken waar het allemaal speelde.

Direct naast het welvarende stadshart zien we idioot hoge muren en hekken met grote metalen poorten. Die poorten gaan nog iedere avond om 19.00 uur hermetisch dicht. Zit je in je wijkje opgesloten. Voor alle veiligheid en eigen bestwil. ‘s Nachts verandert Belfast. We rijden door armoedige woonwijken uit de journaalbeelden. Vuil, brandgaten, hekken van meer dan 10 meter hoog met gemeen prikkeldraad, huizenhoge kooien over achtertuintjes die molotovcocktails en ander geweld tegen moeten houden, een kerk waar diensten door ex-moordenaars geleid worden, gedenkgraffiti voor de held die 17 mensen van hun fietsje knalde -inclusief een vrouw die medicijnen rondbracht- . Het speelt nog steeds. Protestanten en katholieken staan elkaar nog steeds naar het leven. Ook nu nog willen ze elkaar dood. Waar komt die haat vandaan?

In 1690 besloot Willem van Oranje -onze Willem maar ook de Engelse koning- de Ierse zee over te steken en in het Noorden een stukje Engeland te starten. Protestant in katholiek Ierland.
Protestantse straten in Belfast zijn nog altijd gepavoiseerd met duizenden Engelse vlaggetjes. Lijkt wel cupfinale. Willems overwinning vieren ze nog steeds met overgave. Ze houden er jaarlijks meer dan 1000 ‘oranjemarsen’ vermeldt Chris en mompelt tussendoor dat het beter is niet uit de taxi te stappen omdat ze weten dat hij katholiek taxichauffeur is. De geloven hebben hier hun eigen taxi’s.
Chris zegt dat in deze wijk de laffe honden wonen die, vroeger beschermd door Engelse militairen en nu door Russische maffia, ‘volunteers’ vermoordden en vermoorden. Volunteers betekent IRA en IRA aanhangsel. Het is opeens erg duidelijk waar Chris staat. Hij begint ons na een klein uurtje te vertrouwen en geeft steeds makkelijker voor de vuist weg trieste en gedetailleerde voorbeelden van uitgevoerde acties…

Aan de andere -katholieke- kant van de muur zien we huizenhoge muurschilderingen van gebivakte helden met snipergeweer. Wij -?- pakten het vechten beter aan zegt Chris, beter getraind, grotere aanslagen, geen gepriegel, meer slachtoffers. Warriors. Helden van de stam. In alle huizen liggen nog steeds wapens.
Hier mogen we de taxi uit en even rondlopen. Hoe woon je hier prettig? Ook een zware kooi over je hele tuin en opgesloten in je wijk. Toch worden ook hier huizen verkocht en gekocht. Er is vraag. Door en aan katholieken dus. Iedereen kent elkaar, stoeltjes in de voortuin, kroegjes met vuil kijkende campingsmokings met peuk en pot hangend in de deuropening. Ik denk aan ‘het Ondiep’ in Utreg van vroeger, maar dan veel rauwer. Hier geen gelach. Sociale controle moet hier enorm zijn. Katholieken en protestanten hebben veel gemeen.

Wat denkt Chris van het politieke plan om alle muren in 2023 te slopen? ‘Not happening’ zegt íe. Kan niet. Morgen laait het vuur zo weer op tot uitslaande brand. Niks voor nodig. Ik geloof hem. Het opleidingsniveau lijkt bijzonder laag. In je wijk geven buren en de muren veiligheid. Aandacht voor de andere kant van het verhaal leidt daar direct tot tenminste geschreeuw. Je identiteit kies je zelf maar hier wel heel sterk ‘geholpen’ door de buren.
Zonder de muren kan het hier niet meer. Heel triest. De muren leidden en leiden tot scheiding, versterking van de eigen stam, afzetten tegen de andere stam, een sterke eigen groepsidentiteit met eigen regels en verboden. Nieuwe generaties worden in die identiteit en opgevoed. Steeds nieuwe warriors. Met de muren kom je er dus ook niet uit. Wat denk ik nu? Wat dan wel?

Ik zie in deze wijken geen gestudeerde politicipraters met een schijn van kans rondlopen. Meer voor nodig om dit op te lossen. Absoluut geen wil tot onderling begrip. Hoe los je een stammenoorlog op die meer dan 300 jaar geleden startte?

Rolf, Belfast augustus 2018

 

Spek is goed!

Voor het eerst in 2 jaar wurm ik me in het nieuwe dikke 5 millimeterduikpak. Hiervoor was een T-shirtje altijd genoeg om het onderwaterschip schoon te krabben. Nu lijkt het water hier in Crosshaven me daarvoor veuls te koud.

Ierland, speciaal naartoe gevaren om weer te wennen aan regen en wind. Not dus, … snikheet…. Roodharige roodverbrande paddy’s zitten op terrasjes voor hun pub (Gerald onze Ierse buurman zegt ‘pobb’) te roepen dat het in 42 jaar niet zo warm was. Lijkt fijn voor de exCariebzeiler maar heeft ook nadelen: veel zon en warmer water in combi met vers stromend water -we liggen op de getijdenrivier- zorgen voor een werkelijke ongelooflijk snelle aangroei onder de boot. Aan sommige boten waaien hele struiken van bijna een meter lang in de stroom. De ýaaghhtclubhavenjongens snijden die aangroei met brede plamuurmessen aan bezemstelen wekelijks van de steigers zodat je met je bootje überhaupt nog aan het piertje kan komen. Als ik hen vraag of die aangroeiboten daar al lang liggen zeggen ze ‘only two weeks’.

Nou Matsya ligt hier dus nu al ruim drie weken. Moet maar eens kijken. Het 5 millimeterpak krijg ik zelf niet meer dicht. Toos trekt het ritsje omhoog waarna ik even een nieuwe ademhalingsbeleving ervaar… beetje aangekomen denk ik. Misschien de fantastische pobb verbonden in de jachtclub? Je rolt er zo vanaf je bootje in…. Als ik het koude modderwater in spring; geen water meer tussen duikpak en mijn eigen vetlaagje, de kou valt mee. Voordeelspek.

Onder de boot blijkt het sinds het heldere oceaanwater opeens verassend modderig donker. Zie geen steek, hooguit 8 centimeter zicht. Bovendien stroomt het flink, moet me stevig vastgrijpen aan het roer om sowieso bij de schroef te komen. Schroef? Waar? Op de plek waar die zou moeten zitten zit nu een basketbal van mosselen. Kan het restaurant een week mee vooruit. Mijn prachtige bootje blijkt besloten te hebben in Ierland aan de rivierbodem vast te groeien om hier voor altijd te blijven. Nou zijn Ieren met afstand de meest aardige mensen, is het eiland prachtig en bezaaid met geweldig gezellige pobbs, maar dat is toch niet de bedoeling. Wil weer naar mamma toe, dus die basketbal en de andere mosselbanken aan de kiel moeten er echt af. Maar ja hoe? Duiken is leuk, maar wel in lekker warm water met goed zicht zonder stroming die je onder steigertjes duwt. Bovendien waarschuwde de havenmeester ons voor bijtende zeerobben. Niet mijn ding, ronduit eng.

De volgende middag lost de lokale ondernemende boer en grootverdiener van Crosshaven het probleem gelukkig op. Ook speklaagje en strak in het rubber, MAAR voorzien van zuignappen die glazenzetters gebruiken om grote etalageruiten te vervangen! Prachtig voorbeeld van creatief denken, ondernemen en centjes verdienen. Hij zuigt zich aan de kiel vast en krabt zo zonder wegdrijfgevaar. Er liggen veel zeiljachten in Crosshaven. Brian rijdt Jaguar, splinternieuw model.

Die avond zien we een werkelijk enorme zeerob -denk wel 3 meter- rustig haar sundowner in de haven nemen. Visje pakken, buikje omhoog en zonnetje voelen, beetje rondloeren naar prettig te bijten aangroeikrabbers onder hun bootje. Volledig ‘at ease’ dobbert zij vlak langs boten en steigers. Duidelijk ook niet ondervoed of onderkoeld. Spek is prachtig!

Rolf, Pobb Dún Laoghaire, juli 2018

 

 

Azoren – Ierland

We horen van de Nederlander die ons losgooit dat het de tweede keer in 16 jaar is dat Monte Brasil niet te zien is door de mist.. We maken een paar spectaculaire foto’s en daarna lost de mist inderdaad als sneeuw voor de zon op. Wel net zo leuk om te kunnen kijken naar voorbijglijdend Terceira en te denken aan de herinneringen die we hier de afgelopen 10 dagen gemaakt hebben. We vinden het ‘t leukste eiland van de Azoren tot nu toe.

Nog in het zicht van Terceira worden we getrakteerd op grote walvissen die uit het water springen! Wat een fantastisch gezicht. Ik vind het ontroerend om getuige van te zijn. Kort daarna worden we opgevrolijkt door een grote familie dolfijnen. In de categorie vissen komt er nog één verrassing bij: we hengelen onze eerste tonijn naar binnen! Is een mooi staaltje teamwerk en de sashimi smaakt verrukkelijk. Terwijl de vissoep pruttelt zit nummer 2 aan de haak en eind van de dag staat de teller maar liefst op 3! We kunnen in Ierland een tonijnhandeltje beginnen.

Het weer biedt van alles wat: in het begin weinig wind wat de leefruimte verlengt naar het achterdek: oefeningen doen en in de zitzak lezen. Daar knip ik Rolf ook op verzoek want die heeft het te warm om te slapen. (Goed gelukt, alleen nog wat haren in m’n mond van die kam.. hoe doen kappers dat?).

Na de zon volgen dikke mistbanken. Twee jaar geleden dat we daarin voeren dus even wennen aan overdag varen op de radar. Ook wennen aan de waterkou: vast onderdeel van m’n slaaptenue op ‘t moment zijn slaapsokken, echt!

De maan en sterren zijn in geen velden of wegen te bekennen. Wel hebben we veel mazzel met de korte nachten. Lekker hoor: én naar het noorden én in juni!

Intussen moeten we buiten oppassen dat de koffie niet uit ons kopje waait. We hebben windkracht 6/7. De golven bouwen zich op en komen vanuit verschillende kanten.

Soms breken ze vlakbij ons maar gelukkig (nog) niet in de kuip. In het begin is het een enorme herrie binnen. Ik vind het tenenkrommend: ik wil zó graag dat Rolf slaapt en Matsya krijgt het voor haar kiezen. Als alles z’n plaats gevonden heeft, de wind lekker in de zeilen komt en de golven onder ons doorrollen is het stukken aangenamer in alle opzichten. We hebben een achterlijke wind, en net als de oversteek naar Suriname hebben we de boom uitgezet en varen we melkmeisje. Klinkt simpel maar je bent er rustig een uur mee bezig om in elkaar te zetten op hobbelige zee. Ter voorstelling de beschrijving van onze gijp: … eerst fok inrollen, fokschoot uit de boom en terug via normale blokkenroute, andere fokschoot klaarmaken dus niet door voorste blok maar wel terug, dan grootzeil omzetten dus de giek helemaal de andere kant op: Rolf grootschoten een voor een en ik bulletalie op spannning houden, daarna bulletalie op de andere kant. Terug naar de fok: boom los, val van boom, val naar andere kant, neerhouders los, boom draaien, val erop, schoort erdoor, neerhouders naar andere kant en vast, Rolf zet boom vast en ik zorg voor neerhouders, boom omhoog, fok uitrollen… euhm, zijn we er zo? Geloof het.

Gelukkig is Matsya sterk en voelt het allemaal erg veilig. En wij, wij moeten gewoon blijven doen wat we doen: slapen, eten, opletten en lief zijn voor elkaar. Dan komen we er vanzelf.

Toos, Faraday, 20 juni

“The pond 3”: Rusthuis Acores

Horta. Matsya ligt na enig verplaatswerk stevig aan de pier, Turkse buren weg. Hoogbegaafdwarrige Renato met vrij domme Winch (hond) op Synergy varend zijn onze nieuwe buren. Rusthuis Acores begint! Hier blijkt werkelijk niets of niemand gestresst. Geweldige restaurantjes voor habbekrats. Wandelweertje afwisselend droog of nat maar niet te nat. Pluiswolkjes met zon ertussen. Temperatuur altijd lekker. Autootjes nooit te hard en stoppen voor de oversteker. Iedereen zegt elkaar vriendelijk gedag (zeilers opgelucht dat ze het gehaald hebben).

Groene natuur met  mooie rotsen en helder water! Top. Het enige wat lawaai maakt is PetersSportCafe’s vrijdagavond muziekavond, maar ook daar heb je zin in (clegazeilers: Matsya’s T-shirt boven de bardoorgang!). Valt geen onvertogen woord. Ik merk dat ik als pre-bejaarde na een paar dagen makelaarsadvertenties langsloop en aan baai en strand gelegen bouwvallen met interesse bekijk…… mmmm…  geen goed teken, tijd om op te hoepelen.

Dit overpeinzend toetert een wonderlijke vogel, met nu ongebruikelijk lang jaren-60-haar, me uit de kuip. Sean. Na enig verwarrend heen en weer gepraat blijkt’ie een radioshow te hosten en ons daarin te willen interviewen. Een volgend etentje dient als voorbereiding. Erg gezellig. Prima wijn. We kunnen het gelijk goed met elkaar vinden. Maar wat er feitelijk gaat gebeuren blijft mij volstrekt onduidelijk. Sean blijkt de laatste hippiepiraat en een geweldige verhalenverteller. Het lukt me als toch redelijk geoefende gespreksbijstuurder niet méér over de show te weten te komen. Mijn nieuwste vriend houdt van l’improviste. Het gevolg is dat Toos het uur van haar leven heeft! Life op de radio ontpopt mijn diva zich als showbizznatural: http://www.azorestradewinds.com/azores-tradewinds-radio-show-may-17th/. Host, co-hosts en Toos babbelen ‘witty’, ad-rem in hoog tempo over reis en andere dingen. Met grote moeite krijg ik er twee zinnen uit. Goed dat ik dat carrièrepad niet ben ingeslagen. Niet extravert genoeg. Clegahosts zeggen natuurlijk dat ook ik het goed deed. Zo zien je maar wat een evaluatieve happynessrating oplevert……

Weer thuis berichten Renato en Winch ons dat de volgende dag de ARCkudde haven en terrasje vol gaat leggen. Betekent meestal dat alle éénbootszwervers in paniek het hazenpad kiezen. Sao Miguel en Terceira en nieuwe makelaarsadvertenties volgen. Weer prachtige stadjes met cobblestonestraatjes, bijna geen lichtreclames en kleine ‘winkeltjesvanalles’. Maar nu spannender!

Toos is even een drankje halen. BAMMM. Belangstellend kijk ik naar de waarschuwingsvuurpijl boven de menigte. Gek, iedereen zit op een balkonnetje of muurtje. Er lopen vooral jonge jongens op gympen op het plein en een paar boerse heren met zware snorren, een fors gewicht en een lang touw. En ik dus… BAMM BENG. Er gaat een rumoer met gelach door de menigte. Het touw spant snaarstrak, de gewichtige snorren tuimelen er met grote snelheid achteraan. Hebbik weer.. even niet opgelet… de stier is los. Gympen zijn nu van groot belang. Rustig blijven. Een echte heer rent niet op sandalen als er tweeduizend man/vrouw kijken. Secondenwerk nu. Nadat ik op die manier heel beheerst met 60km/pu een 2-meter hoge muur op spring kan het spel beginnen. Mooi feestje! Je ziet goed het verschil tussen moedige en minder moedige, handige en minder handige jongens als de stier aanvalt. Er vloeit geen bloed. Stiertje mag flink oefenen maar blijft ongedeerd. Meisjes kunnen op hun gemak hun vriendje bewonderen of hun volgende vriendje uitzoeken. En .. ik liep er!!! Weliswaar beetje per ongeluk, maar toch. Biertje en diva voor deze avond verdiend.

Rolf, Angra do Heroísmo, juni 2018

“The pond 2”: Varen met vrouwen

Lundimorgen, bunkeren, zee op. Vertrekkersstress valt direct weg als
ik ruimte, water en lucht om me heen zie. Jet blijkt een uitstekend
meedenkend weer- en zeilmaatje. We verwachten een klein weekje hoog aan de wind over bakboord te varen. Dus je huisvloeren lopen onder een hoek van 30 graden. Tim denkt dat dit op termijn zal leiden tot een soort zijwaardse ‘krabbenloop’ waar we niet meer vanaf komen. Inderdaad ga je alles zijwaards doen als je er op let, grappig!
Ondertussen komen Story en Privé op tafel en wordt het Engelse
koningshuis besproken. Nooit eerder op Matsya gebeurd! Loop het liefst in een IKWillemNiet Thirt. Moeten we morgen maar eens bespreken op de dagelijkse Irritatievergadering (ook nog nooit op Matsya gebeurd). Wel oppassen voor mij natuurlijk. Doseren. Besluit de door de boot slingerende punnikspulletjes en mooie touwtjes maar niet op de agenda te zetten.

Tegen donker lijken we net niet langs La Desirade te komen, geen zin
meer in extra slag, stroom tegen. Motor aan, later fors aan. Net voor
donker weer diep water zonder visboeien en ruimte. Motor uit. Motorkamercheck.  Oliespatten?……. onmogelijk, Benz/MTU diesel, nooit probleem mee gehad. Maar ja nu, vlak voor een oversteek van minstens 16 en misschien 20 dagen…. kan je niet mee doorvaren.
We bellen met huismechanic Siep die ook ‘s nachts opneemt en een extra test aanraadt. Bij foute boel kunnen we Antigua aanlopen. Ik maak alles schoon en start opnieuw. Na een uurtje blijkt er niets te zien. Raadselcombi techno-met keuzestress. Ondertussen trekt de wind aan en loopt Matsya als een trein ‘s nachts Antigua voorbij (afremmen = tegen mijn zeilersnatuur, terugvaren ook). ‘s Ochtends een 2e wat stevigere test. Siep raadt mij aan een slokje te drinken: olie smaakloos, koelvloeistof erg vies. Kreeg in de nacht ook nog een ingeving: wat als ik bij het navullen van de koelvloeistof op de warmetwisselaar morste? Dat lekspul komt dan later uit duizend kleine gootjes die precies boven de V-snaren lopen. Die V-snaren slingeren alles lekker ruim in de rondte en dat kan op oliespatjes lijken! De 2e test geeft uitsluitsel: het natte randje op de wisselaar droogt op en smaakt smerig. Olie droogt niet op. Algemene scheepsraad: We varen door! Vrouwen! Deze bij mij aan boord zijn niet bang, begrijpen en volgen de technische escapades in de motorgrot en de analyse. Top. Heb zomaar het idee dat een mannencrew meer zou aarzelen. Matsya heeft stoere vrouwen aan boord.

Dat laatste idee versterkt zich als Jet na een paar dagen krabbenvaren
een stevige spuitpluim niet ver achter de boot ontwaart. Daaronder
blijkt een enorm grijszwart lijf te zitten wat uiteindelijk op een bootlengte schuin achter ons blijft zwemmen. Die bootlengte is ongeveer net zo veel als de lengte van de walvis, erg groot zo dichtbij. Bij Matsya’s vrouwen geen spoortje van bezorgdheid. Bij mij wel. Ik ken een youtubefilmpje waarop een potvis zich op een zeilboot stort, misschien per ongeluk, maar toch, en deze is echt groot. Ik heb liever niet dat íe met mijn bootje aanminnig wordt. Onder uitroepen van “wat lief” en “hij doet echt niks hoor” varen we gemoedelijk een paar uur zij aan zij. Walvis zoekt blijkbaar gezelschap. Later op de Azoren horen we dat het vermoedelijk een oude verstoten stier was en lees ik te laat het advies voor alle veiligheid de motor te starten maar vooral geen onverwachte toerentalveranderingen te maken omdat dit soort types daarop inderdaad narrig kunnen reageren……… Avontuurlijke vrouwen zijn niet bang!

De dagen rijgen zich aaneen. Ben zelf niet gemaakt voor stukken langer
dan een week. Wil haventje in. Dat is hier dus helaas niet. Jet, Tim
en Toos darentegen komen óp gang. Nachtwachten worden babbelend sterrenkijkend doorgebracht, slingers opgehangen, sterretjes op koningsdag (!) afgestoken, het zelf ontwikkelde raadselboek doorgewerkt, spelletjes in de kuip, koekhappen, muziekfestivalplaylist, zeer uitgebreide lunches afgetopt met spa-gezichtsmaskermiddagen. Matsya’s vrouwen hebben helemaal geen zin in het einde van deze oversteek. Griepend over de onafzienbare tochtlengte kom ik mijn wachtjes door op drop en speculaasjes. Na een week blijken die voor mijn eigen ‘bestwil’ verstopt en verslechtert de situatie dus dramatisch. Ook nachtelijk zoektochten onder donkere banken leveren niks op. Uiteindelijk krijgt mijn wachtmaat Tim medelijden en geeft me gedoseert specurantsoen als ik aardig ben en praat…..

Het Azorenhoog blijkt trouwens echt te bestaan en is groot! De wind
neemt sterk af, de vaart gaat er uit. Nog een beetje met het niet
werkelijke oliegedoe in mijn hoofd (zo zie je maar, ons brein reageert vooral op ‘ge-primede’ signalen en minder op de feitelijke situatie) lijkt het een goed moment de door ons zelden gebruikte gennaker te voorschijn te halen om die onder leiding van Jet (gennakerracespecialist) te proberen. Zelf altijd bang voor geweest. Het monster is 220 vierkante meter en maait je bij een klein foutje zo van het dek. Maar nu, met 2000+ mijl correctieruimte naar alle kanten is de situatie ernaar. Nu niet hijsen is voor eeuwig verslagen en moet ik het ding na de reis verkopen. Die dag doorlopen we Jet’s gennakerworkhop succesvol. De vrouwen blijken daarbij een stuk minder gestrest dan dit schippertje. Gennaker dus niet meer te koop dankzij vrouwen aan boord.

Ik rond af met de gebruikelijke spijkhardeharde tochtStats: Vrouwen
maakten tot op het uur na exact 16 dagen in Horta vast. Cornells point
honderden mijlen te Noordelijk gepasseerd. Dagelijks weersituatie op kaart getekend door Tim. Eén ministormpje met 35+ knopen wind op de kop. Vlag nu geheel aan flarden. Door Jet meegenomen ‘Psychologie op zee’ ter zelfbescherming direct uitgelezen. Iedere nacht yoga op zee door Tim. 1 gesprek met voorbijvarende Duitse (wat are you thinking echt waar!) stuurman die vroeg waar we gingen schuilen bij slecht
weer……. gevaren heeeeel veeel mijlen met gemiddeld ongeveer 170
mijl per etmaal, dus mooi snelle oversteek, wel dik 110 uur (660 mijl) motorgeronk. 1 walvis, 8 dolfijnen, 1 Mahimahi, door Toos (vrouw) gevangen, gefileert en voor het ontbijt klaargemaakt. Koekhappen verloren door Rolf (man). Alle spelletjes gewonnen door vrouw. Bij aankomst Was er ook direct Champagne. 1 fles. Daarna in de avond bij cafe Peter Sport 896 bier.

Rolf, Horta, mei 2018

 

“The pond 1”: Vertreksteiger

De wasmachine- en drogerruimte in Point a Pitre is lawaaig. De fransman en ik leggen het eerste contact met vriendelijke knikjes en lachjes. Frans in de herrie, altijd lastig. Buiten stel ik hem de gebruikelijke vraag in mijn fonetische frans: é votre plan? Lundi zegt íe. Het is mij duidelijk dat de man dan zijn oversteek start. Zijn we hier allemaal mee bezig. “Wat is de ideale startdag voor het stuk terug, door de Engelsen over The Pond genoemd?”. Je kan hooguit een week vooruitkijken en we zitten volgens de pilot nog te vroeg in het seizoen. Van de US eastcoast komen deze maand nog stevige depressies onderweg graag roet in je eten gooien. Wil je niet, ook een 60 voeter blijkt dan heel klein.

Sfeer op onze verstreksteiger; aangename spanning voelbaar, veel geloop en onderling gepraat, gesjouw met karretjes ruim gevuld met ongelooflijke hoeveelheden boodschappen en andere voorraden, olieverversen, filters wisselen, bootshops aflopen, locale technische mannetjes lopen af en aan voor de laatste reparaties en last minute bootverbeteringen, in masten hangen andere mannetjes (vaak vrouwen trouwens) verstaging te checken, Duitsers maken s’nachts enorme ruzie, prachtige yogabuurvouw op het dek aan het oefenen, jonge afgetrainde spierbundels van plan solo in een soort opgevoerde Laser de oceaan over te vliegen (ter voorbereiding scherpe analysemakend van yogabuurvrouw) en wij: de schippertjes die voortdurend wolkenpatronen proberen te ontcijferen (niet de yogabuurvrouw natuurlijk).

Dat laatste (de wolkanalyse) is overigens volledig zinloos. Op de steiger zie je echt niet wat er op zee over een week aan de hand is. Denk dat het komt door de Vertrekkerstress die ik ook bij mij zelf ontwaar. Deze oversteek in deze periode kan veel lastiger verlopen dan de ´bos stro´ route heen.
Keuzestress over de alternatieven: (1) over Bermuda zoals de ouden dat deden; altijd prima windje, heel erg ver om, grote kans op extra bermudawachtligdagen om achter een goed frontje aan te kunnen zeilen; (2) direct op de Azoren zoals de profs op de charterboten dat nu doen; veel korter (maar altijd nog lang), meer kans op windstiltes dwars door het Azoren hoog, of als je pech hebt heel veel wind op de kop aan begin en einde. Onder het motto ‘een dag motor is een dag zonder storm’ kiezen we voor 2.

Hij gaat op Lundi dus, moet ik over nadenken. De fransman komt me ervaren over, wil in 1 keer het idioot lange stuk naar La Rochelle op een indrukwekkende 50 voets racer. Daarop zie ik hem dagelijks vlak voor een enorm beeldscherm met weerprogramma’s zitten. Urenlang. Weet vast waaríe het over heeft, dagelijks even met hem aanpappen onder “enocore Lundi? gemompel is vanaf nu het devies. Dat doe ik dus maar trouw, terwijl Jet, Tim en Toos in een huurautootje een bijzondere hoeveelheid boodschappen aanvoeren. Lundi, inderdaad, lijkt gunstig, ook voor ons.
Eerste week niet teveel wind, kunnen we we dus tegenin zeilen. Zo veel mogelijk ‘oost pakken’, proberen onder Cornell’s point (30N/40W) uit te komen om troepweer te vermijden (overigens niet gelukt) en daarna Noord. We maken Samedi en Dimanche alles gereed, zijn er klaar voor! De grabbag zit vol, de panieklijst met rolverdeling hangt naast het luik. We gaan. Lundi dus.

Dimancheavond loop ik nog ff langs mijn favorite Fransman: “Encore Lundi?”. “NONNONNON! nous partons Mardi!” GRRRR…… wat weet hij wat ik niet weet?

Rolf, Point a Pitre, april 2018

 

Dromen op de oceaan

Trrrrrrrrrrrrrrrr: we hebben beet! Bij het eerste ochtendgloren heb ik de hengel uitgegooid in de veronderstelling dat vissen nog niet goed wakker zijn en happen in plaats van vragen stellen wanneer ze dit nepontbijtje langs zien komen. So far so good. De kans om te kijken wat ik waard ben als visser zorgt dat het jagersinstinct in me naar boven komt.

Jet ziet op slag een heel nieuwe kant van me en helpt bij het aangeven van het wapenarsenaal: sterke drank voor in de kieuwen, messen, plastic zakjes, een grote pan.

Drie jaar na het krijgen van deze hengel en vele fantasieën later is het éindelijk zo ver: zelf een mahi mahi binnenhalen, doodmaken, schoonmaken en fileren. Als dit alles lukt lach ik van oor tot oor. Officieel in staat om m’n eigen vis op de plank te krijgen!

Heel trots als Rolf en Tim voor hun wacht komen: van de ravage op het achterdek is niets meer te zien en de mahi mahi ligt in de koelkast. We genieten 1,5 dag van vissoep, sashimi en gebakken filets.

Het weer is rustig en vooruitzichten prima.  Het is lichtweer zeilen geblazen:

Rolf en Jet zijn gedreven en handig om zo lang mogelijk te blijven zeilen waardoor we de motor tot nu toe nauwelijks gebruiken. Ik roep veel dat ik dit liever heb dan de fronten en depressies die je hier normaal gesproken kunt verwachten. Terecht wordt ik er dagelijks ook op gewezen dat we er nog niet zijn en ik dus niet te vroeg mag juichen.

Daarnaast geniet ik van de veranderende temperatuur: waar we eerst nog plakkerig van het zweet naar boven kwamen hebben we nu warme kleding aan. De dekbedden zijn al gepakt en er wordt zelfs met sokken aan geslapen…

De stemming aan boord is goed: gelegenheid om feestjes te vieren is er volop, de wil om feestjes te maken eveneens. Erg geslaagd was ‘t ‘we zijn halverwege feestje’, compleet met slingers, ballonnen, vlaggen en bananenijs. Ook de ‘tijdreislunch’ was bijzonder, waarbij met veel aandacht de klok een uur vooruit ging. Zoals te verwachten valt zijn de voorbereidingen in volle gang om een bevrijdingsfestival in de steigers te zetten.

10 dagen met z’n vieren op een boot verandert m’n omgevingsbeleving in een grappig opzicht: ik merk dat mijn dromen zich letterlijk meer beperken tot wat zich in, op of rond de boot afspeelt. Daarnaast vinden we met elkaar nieuwe spreekwoorden en eigen scheepstermen uit, zou dat bij een nog langere reis een eigen taal worden?

Interessant dus om te bedenken wat er gebeurt als we weer land zien: waar gaan we dan over dromen? En begrijpen de landmensen nog waar we het over hebben?

Eerste etappe, eerste klas cruisen

Er komen heerlijke geuren uit de keuken en binnen mum van tijd wanen we ons aan een kerstlunch: eend, rode kool, aardappelen, kastanjes en uiencompote.

Het is smullen in de kuip bij 32 graden. Cruisen gaat goed! Tegen alle verwachtingen in zijn we (voorlopig) goed in staat om binnen te koken.

Het plaatje wordt afgemaakt door twee prachtige walvissen die meer dan een uur achter ons aanzwemmen. Voor ons allemaal de eerste keer dat we ze zien, we zitten op het puntje van het achterdek om zoveel mogelijk van ze op te vangen.

Verdere activiteiten op de cruise tot zover:

  • Doornemen van Jets maatwerk verveelboekje voor deze trip – oefenen met knopen, oplossen van raadsels en inlezen op de sterren;
  • Douchen op het achterdek;
  • Koekhappen op Koningsdag (valt niet mee op een bewegend schip) – Tim heeft gewonnen;
  • Op de vroege ochtend kletsen met voorbij varend schip ‘Dallas Express’ – over weerberichten, schuilplaatsen bij slecht weer en onze veiligheidsmaatregelen waarbij geconcludeerd wordt dat we het goed op orde hebben.

De grote vraag die nu speelt is of we deze levensstijl aan boord kunnen vasthouden. Dit is uiteraard volledig afhankelijk van het weer. Omdat we vroeg in het seizoen vertrekken verschillen meningen van zeilers over de beste koers naar de Azoren. We interpreteren voortdurend actuele informatie om de beste strategie te bepalen: Rolf en Jet bespreken de scenario’s met alle voors en tegens vanuit zeilperspectief. Tim en ik halen de gribs, Bracknells en discussies binnen via de satelliet telefoon en tekenen de hoge en lage drukgebieden in de kaart. Gelukkig is ons walstation in de Schermer weer in opperste staat van paraatheid om mee te denken op specfieke vraagstukken. Onze voorlopige aanpak is om een zo recht mogelijke lijn naar de Azoren te varen in plaats van het Azorenhoog bovenlangs op te zoeken.

We starten zo het wachtsysteem ‘Tim en Rolf’, ‘Jet en Toos’ weer op om hier nog een nachtje op door te prakkiseren. Nu checken of we onze 30 bananen gaan gebruiken voor ijs of pannenkoeken… genieten hier!


Onze vriend en websitebouwer Niek helpt ons met het posten van onze blogs tijdens de oversteek. Als we weer internet hebben zullen we foto’s aan de verhalen toevoegen.

Buurman Abramovitsj

Het water is onvoorstelbaar mooi, de boten zijn onvoorstelbaar prachtig. We liggen in St Barths. We horen ‘tjop, tjop, tjop’: de helicopter die bij de buurman landt. Zelfs op Antigua hebben we dit nog niet gezien! Abramovitsj met zijn Eclipse 2 vernieuwt ter plekke mijn begrip van het concept rijkdom.

We dinghydriften rondom het enorme gevaarte. Ik verwacht dat een van de 60 personeelsleden zich snel naar buiten zal spoeden om ons op afstand te houden maar we worden getolereerd. We zijn ons zo aan het vergapen dat we de Palmira (een erg groot zeiljacht) geheel over het hoofd zien. Gelukkig zien zij ons wel en passeren ons lachend: de bemanning van de Palmira ziet er ontzettend de lol van in.

Omdat we vijf dagen naast Abramovitsj liggen merk ik dat het dagelijks wat met me doet om hem als buurman te hebben. Eclipse 2 is zo indrukwekkend en Abramovitsj zo rijk dat ik de behoefte krijg om te melden dat ik naast hem lig. We hebben hiervoor talloze boten gezien die misschien wel veel mooier, authentieker of beroemder waren; waarom meld ik dat dan niet en nu dan wel? Eclipse is het duurste jacht dat ooit gemaakt is, het lijkt net of er een beetje van zijn rijkdom op me afstraalt.

Er hangt een mysterieuze sfeer van mogelijkheden om hem heen. Echt waar: je vraagt je binnen no time af wat je met zoveel geld zou doen. De vraag ‘wat zou je doen met een miljoen’ verandert namelijk in ‘wat zou je doen met 13 miljard’. Dat gaat mijn voorstellingsvermogen iets te boven. Telkens als ik weer naar de Eclipse 2 kijk blijft het me bezighouden. Ik ontdek dat ik in de ochtend andere dingen met 13 miljard doen zou doen dan in de avond. Ik heb ook miljardairsideeën ontwikkeld over verjaardagen vieren, activiteiten als het regent en kleding aanschaffen (kortom: alles wat ik meemaak wordt tijdelijk door de miljardairsbril waargenomen).
Interessant dat ik mijn eigen wensen en dromen er probleemloos op projecteer en me doorlopend afvraag: ‘wat zit hij nou op z’n boot te doen?’ Is ie in z’n sportzaal bezig, in welk zwembad ligt ie of zit hij in een van de geheime ruimtes die er ongetwijfeld zijn? En wat zijn de jonge bemanningsleden met z’n zestigen aan het doen als hij er niet is?
Ook vraag ik me af wat voor ellende het geeft: Lasers flitsen terug naar fototoestellen van paparazzi’s. Kogelvrij glas beschermt hem tegen linke types. Raketafweergeschut (volgens Wikipedia) zal zich waarschijnlijk richten op dinghydriftende Nederlanders en nieuwsgierigen. Dit hebben we gelukkig (nog) niet in actie gezien. Op St Maarten staat z’n Boeing. Vandaar dus de helicopter: de Boeing kan niet kan landen op St Barths.

Wat me onderweg vaker opvalt is hoeveel bezit mensen hebben zonder het te gebruiken. We vangen slechts een glimp op van de extremiteiten. Ik besef me dat ieder er op z’n eigen manier mee om gaat. Toch zijn de verschillen schrijnend. Ik zou soms graag een paar mensen op een leegstaand superjacht willen laten werken of als anti kraak inzetten in een mooi landhuis. Dat zijn dus mijn gedachten uit de kuip kijkend naar de buurman.

Slapstick en zeilersporno

Aanvaren al geeft een bijzonder gevoel: het water voelt hier rijk aan! Na
maanden donkerblauw diep water zeilen we een soort lichte groenblauwturquoise spa met precies de goede temperatuur binnen. Na de aanvankelijke schrik “Hier maar 10 meter diep!” wil je er eigenlijk direct inspringen. Spierwitte stranden, rotspunten met enorme geweldig mooie landhuizen, prachtige idyllische ankerplekken: Antigua, eiland der supersuperyachties.

Binnenkomen blijkt overigs nog knap lastig. We parkeren Matsya met officiële quarantainevlag pal, met het anker bijna door de ruitjes, voor een klein huisje met 3 deuren naast elkaar: customs (1), immigration (2) en port authority (3).

Toos mag niet van boord, dus deze ‘captain’ brengt persoonlijk de volgende 2 uur door met het voortdurend achtereenvolgens heen en weer binnenstappen van de eerste 2 deuren. Daarachter bevinden zich: (1) de heer customsofficer; heel aardig, minstens 160 kilo, voorzien van drie niet werkende en niet met elkaar communicerende computers die mij vervolgens zeer scherpzinnig wijst op een niet geheel kloppend nummer in mijn papierenberg maar dat wel grinnikend oplost (altijd aan het lachen maken als het moeilijk wordt); (2) de groothertog immigrationofficer (minstens 180 kilo, met magnetron voor zich op zijn bureau); die mij niet toestaat hem direct aan te spreken. Dat moet via een vrouw ondergeschikte die mijn informatie weer met een hogere vrouw ondergeschikte deelt, die het vervolgens officieel aan de baas meedeelt, die daarop antwoord, waarop zij het weer doorgeeft en ik het weer hoor van mijn eigen zeer laagrangige aanspreekpet….. Let op: dit alles in een kamertje van hooguit 2×2 met hoge balie, magnetron en enorm opwekkende eetlucht. Niks aan het lachen te maken hier! Ernstige zaak. Mijn nummers kloppen niet volgens deur 2! Moet deur 1 oplossen die zegt dat het al opgelost is, wat niet geaccepteerd wordt door deur 2.……. Slapstick met toenemende trek in mijn bureaucratisch antropologisch onderzoek. Ik mag uiteindelijk met nu tot de draad versleten zolen en de slappe lach door naar deur 3 nadat ik officieel met 8 handtekeningen verklaar dat de boot met de vrouw erop die bijna in hun kantoortje ligt van mij is. Deur 3 blijkt leeg….. wel zie ik op het terrasje ervoor een geüniformeerde punnikende vrouw (55 kilo) die voor mij een onduidelijke lijst (onderteken ik blind) invult en mij na betaling van enkele dollars schaterlachend vrijlaat.

Maar dan mogen we ook het paradijs binnen! En echt; je kan hier ook beter rijk zijn! Het water op de havenfactuur is er namelijk helemaal niet, komt morgen of overmorgen of volgende maand. We vullen Matsya’s bunkers dus met 856 liter mineraalwater! Middagje sjouwen maar dan heb je ook wat: heerlijk, douchen en afwassen met mineraalwater. Volgende keer bunkeren we absoluut witte wijn om ‘in te blenden‘, moet nog beter zijn!

Ankerplekken & haventjes: zeilersporno! Na enkele minuten herformuleren we het begrip groot jacht. We geloven onze ogen niet (google maar): Endeavour, Velsheda, M5, Athena, Elfje, Rainbow, Rambler en minstens 5 andere klassieke J classes op een rij (motorjachten neem ik principieel niet mee maar hebben hier minstens 18 man crew). Als we Matsya even langs M5 (soepel gespierde trainende bokser op het achterdek) varen blijkt onze mast net tot de 1e van de 5 zalingen te komen….. We varen al jaren ukkepuk! Al op de eerste wandeling nodigt een onverlaatrijkaard Toos uit om even ‘in de boot’ te kijken als deze captain bij een andere zeilferrari even niet oplettend wegzwijmelt. Contrast met verwoest simpel Dominca vlakbij kan niet groter zijn. Voel weer socialisme bovenkomen….
Enfin, wandelingetje. We gaan Eric Claptons huis maar ’es opzoeke…

Antigua, Falmouth Harbour, maart 2018

« Older posts

© 2018 Matsya

Theme by Anders NorenUp ↑

Facebook Auto Publish Powered By : XYZScripts.com